Reis vanaf de Zon

Het zonlicht doet er, afhankelijk van de positie van de planeten in hun orbit, gemiddeld een 3,2 minuten over om Mercurius te bereiken. Na een 6 minuten bereikt het zonlicht Venus. Na een dikke 8 minuten bereikt het de Aarde. Na bijna 13 minuten bereikt het Mars en na bijna drie kwartier bereikt het Jupiter.

Als je een trip aan de lichtsnelheid zou maken vanaf de zon tot aan Jupiter, is onderstaande video hoe het eruit zou zien.



Het licht reist aan een snelheid van 299.792 kilometer per seconde; het duurt 499 seconden voor het de Aarde bereikt. Het duurt tussen de 1,5 en 3 seconden vooraleer het licht de zon kan verlaten.
Een overzicht van de afstand die het licht aflegt in Astronomische Eenheid (AE), of in vergelijking met de afstand van de Zon tot de Aarde en in ons meer vertrouwd aanvoelende Seconden, Minuten en Uur.

Planet        Afstand in AE            Reistijd
......................................................
Mercurius          0,387        193 sec  of   3,2 min
Venus              0,723        360 sec  of   6,0 min
Aarde              1,000        499 sec  of   8,3 min
Mars               1,523        760 sec  of  12,6 min
Jupiter            5,203      2.595 sec  of  43,2 min
Saturnus           9,538      4.759 sec  of   1,3 uur
Uranus            19,819      9.575 sec  of   2,6 uur
Neptunus          30,058     14.998 sec  of   4,1 uur
Pluto             39,44      19.680 sec  of   5,5 uur


Gigantisch ringenstelsel

Astronomen hebben een exoplaneet ontdekt met een enorm ringenstelsel buiten ons zonnestelsel. Het ringenstelsel is tweehonderd keer zo graat als dat van Saturnus.


Exoplaneet J1407b bevindt zich op 420 miljoen lichtjaren van de aarde en heeft mer dan dertig ringen. De grootste ring is bijna zo groot als de baan van de aarde rond de zon. Als de ringen van Saturnus even groot zouden zijn, dan zouden ze ’s nachts duidelijk zichtbaar zijn vanaf de aarde. Het spektakel zou vijf tot tien keer groter zijn dan de volle maan.

De ringen zijn ontdekt door het analyseren van de gegevens van het SuperWASP-observatorium. Het SuperWASP-observatorium kan exoplaneten detecteren als die voor hun ster komen, in dit geval de jonge ster J1407. Door de observatie van het licht, afkomstig van de ster, kunnen onderzoekers conclusies trekken over het ringenstelsel.

De lichtgolven geven een schatting dat de temperatuur op J1407b kan oplopen tot 1.000 à 2.000 graden Celsius. De astronomen denken daarom dat de ringen opgebouwd zijn gruis. En geen ijs zoals bij Saturnus.

De vele gaten in het ringenstelsel duiden er ook op dat sommige delen zich samenvoegd hebben tot een maan.
De lichtcurve van ster J1407b:


Asteroïde rakelings langs de Aarde


Op maandag 26 januari 2015 om 16:20 GMT passeert een asteroïde met een doorsnee van een 325 meter rakelings langs de Aarde en de Maan. "Rakelings" is relatief in ruimtetermen; het betreft een 1,2 miljoen kilometer. Dat is 3,1 keer de afstand van de Aarde tot de Maan. Er wordt hoe langer hoe meer gedacht dat asteroïde 2004 BL86 een kleine maan van zo'n 70 meter doormeter heeft. De asteroïde is trouwens waarneembaar met een lichte telescoop of met een sterke verrekijker.

Hoewel er geen gevaar is van een impact op aarde is deze asteroïde enorm: twee keer zo groot als een containerschip. Deze rotsblok is één van de dichtst gekende passages. Buiten die van 8 november 2011 om 23:28 GMT. Toen kwam asteroïde 2005 YU tussen de Aarde en de Maan door op slechts 325.000 km hoogte.

In 2027 zal de asteroïde 1999 AN10 nog dichter langskomen, op een ~400.000 kilometer afstand. Door de gereflecteerde helderheid van de asteroïde te meten wordt de grootte geschat op 300 meter (eerst was het nog 500 meter).

De volgende passage van een asteroïde zal plaatsvinden op 27 maart 2015, dan passeert asteroïde 2014 YB35 op zo'n 4,5 miljoen kilometer of 11,6 keer de afstand van de Aarde tot de Maan.

Hoe u de asteroïde kan spotten ziet u in het volgend filmpje:


Timelapse van het noordpoolijs

Het NOAA heeft een animatie van het noordpoolijs tussen 1987 en 2013 gedeeld. Deze timelapse is gebaseerd op onderzoek van de University of Colorado.

Sinds eind de jaren 80 is er zeer veel meerjarig ijs verdwenen. Het meerjarig ijs, voorgesteld door de lichte kleuren, overleeft doorgaans minstens één smeltperiode en is dikker dan jong ijs. Hoe donkerder de kleuren, hoe jonger het ijs en dus minder kans om een smeltperiode te overleven.

In deze video zien we dat zelfs het oudste ijs, dat ruim negen smeltperiodes overleefde, intussen ook aan het smelten is. Het meerjarig ijs werd vervangen door dun en eenjarig ijs. ‘Het is het gevolg van een warmer klimaat, wind en de stromingen in de oceaan. Die combinatie zorgt ervoor dat het oude ijs langzaam verandert in een jongere en vooral dunnere versie van zichzelf’, meldt het NOAA, de instantie die zich in de VS bezighoudt met meteorologie en oceanografie.

Voorlopig lijkt er nog geen beterschap in zicht. Integendeel: de zomersmeltperiode duurt nu zelfs al een hele maand langer dan in 1979. Bovendien strekt het noordpoolijs zich steeds minder ver uit. Ten opzichte van de jaren 70 is het zomerse noordpoolijs bijna gehalveerd.




NASA's foto van 9.000km lang

NASA-satelliet Landsat Data Continuity Mission (LDCM) heeft vorige maand een foto gemaakt van het aardoppervlak vanop 700 kilometer hoogte.



De foto is 9.000 kilometer lang en 185 kilometer breed; van Rusland tot Zuid-Afrika en is ruim negentien gigapixels groot. Het duurde slechts een 20-tal minuten vooraleer de satelliet het panoramabeeld het opgenomen. De de Satelliet LDCM vliegt dan ook aan ongeveer 27.000 kilometer per uur over het aardoppervlak.

NASA heeft de foto 'The Long Swath' gedoopt, wat staat voor de lange strook.

Bekijk het indrukwekkende resultaat in deze YouTube-video.

Mercurius in kaart gebracht


Wetenschappers van de NASA hebben met hun Messenger de afgelopen jaren beelden verzameld van Mercurius. Deze beelden dekken 99% van de oppervlakte. Men heeft de beelden omgezet naar een korte video. De video geeft het Mercuriusoppervlak in versterkte kleuren weer. Hierdoor zijn oppervlakten van verschillende samenstelling beter zichtbaar.

Mercurius is de kleinste planeet in ons zonnestelsel en staat het dichtse bij de zon. Het is net als de Aarde een terrestrische planeet met een vast oppervlak en gelijkt wat op onze maan. Het heeft een vrij sterk magnetisch veld, zeker aangezien het de kleinste planeet is. Overdag is het er 430° Celsius en 's nachts koelt het af tot 180 graden onder nul en één dag duurt er een 176 aardse dagen. Vandaar het grote verschil tussen dag en nachttemperatuur.

De Messenger, door NASA gelanceerd op 3 augustus 2004, stuurde vanaf begin 2008 de eerste foto's van Mercurius door. Vanaf 2011 bevindt de Messenger zich in een baan rond Mercurius en voert onderzoek uit naar de samenstelling, de atmosfeer en het magnetisch veld van de planeet. Zo heeft de Messenger al kunnen aantonen dat er zich 100 tot 1.000 miljard ton ijs in de kraters bevindt.




Lijst 100 meest bedreigde soorten

De ZSL en de IUCN hebben in het Zuid-Koreaanse Jeju op een wereldcongres over natuurbescherming een lijst voorgesteld met de 100 meest bedreigde dier-, plant- en schimmelsoorten ter wereld, beter gekend als fauna en flora. De kans dat ze overleven is bitter klein. De lijst werd opgesteld door ruim 8.000 wetenschappers hebben een nieuwe lijst opgesteld. En het is de eerste keer dat zo een complete lijst werd opgemaakt.

Op de lijst staan bijvoorbeeld:
- het Przewalskipaard (Equus ferus przewalskii)
- de Escudo-eilandluiaard (Bradypus pygmaeus)
- de Bultrug (Megaptera novaeangliae)
- de Dwergluiaard die komt enkel nog voor in de buurt van Panama
- de Wilgenblaar (Cryptomyces maximus) een Welsche schimmel
- ...

De honderd geselecteerde soorten komen uit 48 verschillende landen.


Volgens de Zoological Society of London is de kans groot dat de honderd soorten zullen uitsterven omdat geen enkele van de honderd de mens een duidelijk voordeel oplevert. "De donorgemeenschap en de beweging voor natuurbescherming gaan steeds meer uit van het principe 'wat kan de natuur voor ons doen': soorten en leefgebieden worden gerangschikt volgens de diensten die ze de mens kunnen leveren", zegt Jonathan Baillie, directeur natuurbescherming van de Zoological Society. Of de natuur in functie van de mens, als de natuur wil overleven, moet het in functie staan van de mens in het algemeen.
Graag zou ik dan de muggen zien verdwijnen, maar zo werkt het nu eenmaal niet (nvdr).

"Alle soorten op de lijst zijn uniek en onvervangbaar", zegt Ellen Butcher (ZSL), medeschrijver van het rapport. "Als ze verdwijnen, kunnen we ze nooit nog terugbrengen. Maar als we meteen in actie schieten, kunnen we ze tenminste de kans geven om te vechten voor hun bestaan. Maar dan moet de samenleving wel het morele en ethische standpunt steunen dat alle soorten een inherent bestaansrecht hebben." Vandaar ook de naam van het rapport:"Priceless or Worthless?".

Twee vreemde planeten ontdekt


Een KELT-telescoop (Kilodegree Extremely Little Telescope) heeft twee vreemde planeten ontdekt. Beiden planeten gelijken qua samenstelling sterk op de gasreus Jupiter.

KELT-1b
De ene gasplaneet, genaamd KELT-1b, de eerste planeet, bevindt zich zo dicht bij haar zon dat ze net geen 30 uren nodig heeft voor een orbit en waardoor ze ongeveer 6.000 keer meer straling krijgt van haar zon dan de Aarde. Hierdoor bedraagt de temperatuur er dan ook een 2.200°C. KELT-1b is slechts een beetje groter dan Jupiter, maar heeft wel ruim 27 keer zoveel massa.

KELT-1b ligt op zo'n 825 lichtjaren in het sterrenbeeld Andromeda. "Dit object zou je nooit zo dicht bij zijn moederster verwachten. KELT-1 is groot genoeg om getijden te veroorzaken op zijn moederster en er invloed op uit te oefenen. Ze heeft zelfs de moederster in haar macht. Planeet en moederster wentelen zich aan hetzelfde tempo."

KELT-2Ab
KELT-2Ab, de tweede vreemde planeet, blijkt nog 30% groter te zijn dan Jupiter en heeft de helft meer massa. Ze ligt ook in het sterrenbeeld Andromeda op een 360 lichtjaren. Haar moederster is zo helder dat het vanop de Aarde zichtbaar is met een verrekijker. Deze gasreus is zo groot en massief dat ze getijden veroorzaakt op de moederster en invloed uitoefent op de orbitale dynamiek.

De ster waar deze planeet omheen draait is zeer helder dat deze met een verrekijker kan worden bekeken. In feite is de helderheid van de ster zo hoog dat de wetenschappers in november onmiddellijk onderzoek willen doen naar de atmosfeer van deze planeet. De onderzoekers zullen licht analyseren van de ster dat door de atmosfeer heen schijnt wanneer KELT-2Ab in november weer langs de KELT-lens passeert. Deze observaties zullen zowel aan de hand van de KELT-telescoop als enkele ruimtesatellieten gebeuren.

Hoge resolutie foto van de Aarde


Ruimtevaartorganisatie NASA
heeft met hun nieuwe satelliet Suomi NPP een zeer scherpe foto gemaakt van onze planeet en deze vrijgegeven.

Ruim 40 jaar geleden hebben astronauten tijdens de 12,5 dagen durende Apollo-17 missie op de voorlopig laatste bemande maanvlucht van het Apollo Project voor het eerst de Aarde in één beeld weten te fotograferen. De bekende 'Blue Marble'-foto had een resolutie van 3.000 op 3.002 pixels en was gericht op het zuiden van Afrika.


De nieuwe satelliet Suomi NPP maakte deze keer een foto van 8.000 bij 8.000 pixels resolutie. De foto is ditmaal gericht op Noord-Amerika.

Derde leefbare planeet ontdekt


De Nasa heeft nog een derde potentieel leefbare planeet ontdekt op 600 lichtjaar die sterk op de aarde lijkt. De planeet, Kepler 22-b, is bijna 2,5 keer groter dan de aarde en kent jaren van 290 dagen. Men schat dat de temperatuur er rond de 22 graden Celsius ligt. De Nasa-astronomen kunnen echter nog niet met zekerheid zeggen of de planeet vooral uit steen, gas of vloeistof bestaat.



Kepler 22-b werd ontdekt door de sonde Kepler, vandaar de naam. De Amerikaanse sonde Kepler werd in maart 2009 gelanceerd en is ontworpen om planeten in de Melkweg te ontdekken die op de aarde lijken. De sonde heeft momenteel 2.326 kandidaat-planeten gevonden, waarvan er 207 een grootte zoals de aarde hebben. Slechts 3 zouden zich in een leefbare afstand van hun zon bevinden.

In mei was het Franse Centre national de la recherche scientifique (CNRS) de eerste die een potentieel leefbare planeet aankondigde: een planeet die rond de dwergster Gliese 581 draait, op 20 lichtjaren van de aarde. Zwitserse astronomen bevestigden in augustus het bestaan van een andere dergelijke planeet, HD 85512b, op 36 lichtjaren afstand. Kepler 22-b is nu de derde in rij.

Asteroïde zeer dicht bij de Aarde


Volgende week dinsdag op 8 november 2011 om 23:28 GMT een asteroïde met een doorsnee van 400 meter tussen de Aarde en de Maan passeren. Dit gebeurt op een luttele 325.000 kilometer en aan een snelheid van tegen de 50.000 kilometer per uur. Het is de dichtste passage met deze grote steenmassa sinds 200 jaar. Een 35-tal jaar geleden hebben we echter nog een andere asteroïde weten passeren. Volgens NASA zal er echter weinig gevaar zijn voor de aarde. In 2038 zal er echter wel een kans zijn van 1 op 250.000 dat een asteroïde, met de naam Apophis, op de Aarde zou inslagen. Deze zou veel meer risico inhouden dan asteroïde 2005 YU55.

Het levert overigens een buitenkans op voor het wetenschappelijk onderzoek naar passages van asteroïdes langs de Aarde. Men zal onder andere via radarobservaties met een 36-inch telescoop onderzoeken of er kraters, waterhoudende mineralen, of bevroren water op de asteroïde aanwezig zijn. Amateurs met een telescoop van 6 inch, zullen de asteroïde ook kunnen waarnemen op vwaarde dat er die avond ene heldere hemel is.

NASA-wetenschappers stellen dat als asteroïde 2005 YU55 zou inslaan op aarde, er een krater zou ontstaan van ruim 6 kilometer breed en anderhalve kilometer diep.
Men houdt echter al sinds 2005 nauwgelet deze asteroïde in de gaten en men is er zeker van dat de asteroïde geen schade zal aanrichten. Een asteroïde van deze omvang komt maar slechts zelden dicht bij de aarde. Het is in 1976 voorgekomen en het zal wellicht in 2027 nogmaals voorvallen.

Maan jonger dan aangenomen


Volgend op het artikel dat er een Hotspot ontdekt is op de Maan heeft men nu geconcludeerd dat de Maan jonger moet zijn dan eerder berekend. Met de 4,36 miljard jaar, blijkt ze nu 200 miljoen jaar jonger dan tot op heden aangenomen.

Men is tot deze conclusie gekomen door een nieuwe analyse van maanstenen uit te voeren, aldus Nature. Men lette hierbij vooral op de loodisotopen en neodymiumisotopen in anorthosiet, het oudste gesteente van de korst van de maan en door de Apollo 16-missie in 1972 naar de Aarde gebracht.

Men stelt dat onze Maan ontstaan is door een botsing van een kleine planeet met de Aarde. Hierdoor is materiaal van onze planeet de ruimte ingeslingerd. Gesteente of magma is daarop samengeklonterd om de Maan te vormen. Haar oppervlak zou aanvankelijk niets anders zijn geweest dan een oceaan van magma die geleidelijk is afgekoeld, maar waarin men recentlijk nog een 'Hotspot' gevonden heeft.

Indien de nieuwe datering van het anorthosiet juist is, betekent dit dat de metalen op de Aarde en de Maan ongeveer op hetzelfde tijdstip zijn ontstaan, kort na de inslag van het object.

Aarde heeft Trojaanse asteroide


Men heeft recentelijk ontdekt dat de Aarde een Trojaanse asteroïde op haar baan om de zon heeft. De asteroïde heeft een doormeter van 275 meter. Na Neptunus met één, Mars met zes en Jupiter met tot op heden 4.912 gekende Trojaanse asteroïden, is de Aarde de vierde planeet in ons zonnestelsel die een asteroide in haar elliptische baan om de zon heeft.

Door de Wet van Kepler kan het voorvallen dat asteroïde aan de andere zijde van de zon staat. Maar gemiddeld loopt de asteroïde een 60° voor op de Aarde. Trojaanse asteroïden bevinden zich typisch in de Lagrangepunten L4 en L5 van de ellipitische baan van de planeten rond de zon. Deze punten bevinden zich een afstand gelijk aan de directe afstand van de planeet tot de zon voor en achter de positie van de planeet op haar baan. Dit zijn twee punten waar dat de aantrekkingskracht van beide lichamen elkaar opheft.

Het heeft geruime tijd geduurd alvorens men de asteroïde ontdekte. Zoals de naam al doet vermoeden, werd het object 2010 TK7 pas in 2010 ontdekt door NASA satelliet WISE. Het is zeer moeilijk om vanop Aarde een Trojaanse asteroïde in onze eigen baan te vinden, omdat dit meestal tegen het zonlicht in is. Door het vermoeden en doorzettingsvermogen van enkele wetenschappers, heeft het team in april op Hawaï de telescoop op de asteroïde weten te richten en met voldoende precisie de baan kunnen beschrijven die deze Trojaanse asteroïde voert.

Hot spot ontdekt op de Maan


De analyse van enkele nieuwe afbeeldingen van de maan door een handvol wetenschappers van de Washington University in St. Louis hebben tot een nieuwe ontdekking geleid. Er werd namelijk een vulkanische 'hot spot' ontdekt aan de andere kant van de Maan. Dit leidde tot de conclusie dat onze Maan geologisch meer actief is dan eerder werd gedacht.

In de hot spot valt de verhoogde concentratie van het radioactieve element Thorium op. De hot spot bevindt zich tussen de grote en oude inslagkraters Belkovich en Crompton. Het wordt de Compton-Belkovich anomalie genoemd, als men de data van de spectrometer over de kaart van de Maan legt, valt de hoge concentratie van Thorium onmiddellijk op.
Recente hoge resolutie 3D-beelden van de Lunar Reconnaissance Orbiter tonen deze opvallendheid aan. Uit deze beelden blijkt het niet om gewoon vulkanisme te gaan maar om het veel zeldzamere silicium vulkanisme. Silicium vulkanisme zorgt voor lange ketens van kristallen waardoor het magma veel taaier wordt. Het blijkt verder om relatief recente vulkanische activiteit te gaan.

Door deze ontdekking zullen de wetenschappers hun theorieën over onze Maan moeten bijschaven, wat het vulkanisme betreft. Algemeen werd aangenomen dat onze Maan onstond wanneer een object, ter grootte van de planeet Mars, op de Aarde insloeg. Toen was de oppervlakte van de Maan nog een wilde oceaan van gesmolten gesteente, tot wel 400 kilometer diep. Dit gesmolten gesteente koelde echter relatief snel af in ongeveer 100 miljoen jaar. Tijdens het stollen van die gesteente zouden de lichtere kristallen naar de oppervlakte gekomen zijn, en het huidge maanlandschap gevormd hebben. Zwaardere mineralen zonken, en vormden zo het binnenste gedeelte van de Maan haar mantel.

Nu wordt er vermoed dat de Maan toch nog een gesmolten buitenkern heeft die het mogelijk maakt om pulsen van warmte op te wekken. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook in de Hawaiiaanse vulkanische keten en ook in IJsland. De later geplande missie op de Maan zal hier wellicht uitsluitsel over kunnen brengen.

Saturnus elektrisch verbonden met maan


De Nasa heeft in Nature en Geophysical Research Letters verklaard dat Enceladus, één van de manen op een kleine 250.000km van Saturnus, elektrisch verbonden is met de gekende planeet met haar ringen.
Er was al een theoretisch model ontwikkeld door wetenschappers over een elektrisch circuit op de reuzenplaneet. Jupiter, de andere een enorme gasplaneet, is ook elektrisch verbonden met één van zijn satellieten. De Amerikaanse Cassinisonde heeft in 2008 data doorgestuurd die bevestigt dat de theorie ook opgaat voor Saturnus.

De vulkanen op de maan Io rond Jupiter sturen de meeste geladen deeltjes in de magnetosfeer van de planeet brengt. De baan van de maan rond de planeet tesamen met het magneetveld werkt als een dynamo. Er wordt een lusvormige elektrische stroom opgewekt van noordpool van planeet naar maan en verder naar de zuidpool. Daar waar de stroom bij de beide polen de atmosfeer van de planeet raakt, ontstaat poollicht.

De Cassinisonde ontdekte dat Enceladus, die aan zijn zuidpool ook gas en ijsachtige deeltjes de ruimte inblaast, op eenzelfde manier een stroomkring opwekt.Deze stroomkring verantwoordelijk voor het meeste poollicht op Saturnus.

Koudste ster ooit ontdekt.


Een internationale groep gerenommeerde astronomen heeft vanop de sterrenwacht van Hawaï de koudste ontdekte ster ooit aangekondigd en het blijkt nog om het kleinste deel van een dubbelster te gaan ook. De temperatuur op CFBDSIR J1458+1013B draait rond het normale kookpunt van water, 100°C. Hiermee wordt de grens tussen grote hete planeten en koude sterren wel erg klein of zelfs vaag. De ontdekking verschijnt binnenkort in het Astrophysical Journal.

Sterren zijn uiteraard normaal veel warmer. Zo is de temperatuur op onze zon ongeveer 5.500°C. De heetste ster in het heelal is ongeveer 40.000 graden. CFBDSIR J1458+1013B blijft echter koud omdat het een zogeheten bruine dwerg is. Bij dit soort mislukte sterren vindt er geen kernreactie plaats in de kern door een gebrek aan druk. Daardoor stralen bruine dwergen nauwelijks warmte en licht uit, zoals onze zon. Dat maakt het ook uitermate moeilijk om bruine dwergen waar te nemen.

Deze, in verhouding, ijskoude ster CFBDSIR J1458+1013B is slechts een 75 lichtjaar van ons verwijderd, of ongeveer een 710 biljoen kilometer. Men had drie verschillende synchrone (één laser en twee infrarood) ruimtetelescopen nodog om de ontdekking te doen.

Ozonlaag tegen 2048 hersteld


Het World Meteorological Organization heeft voor het eerst sinds 4 jaar een onderzoek, vrijgegeven op internationale Dag voor de Bescherming van de Ozonlaag, waarin wordt gesteld dat de ozonlaag niet meer kleiner wordt. Er werkten meer dan 250 wetenschappers aan dit onderzoek. De groeistop zou te danken zijn aan het sterk verminderde gebruik van ongeveer 100 chemicaliën. Deze stoffen werden gebruikt in onder meer spuitbussen, landbouwsector en koelkasten.

Het zijn juist deze chemicaliën, waartoe ook de broeikasgassen behoren, die medeverantwoordelijk zijn voor de klimaatsverandering.

Zoals gekend is de aanwezigheid van ozon in de hogere stratosfeer nodig om de gevaarlijk ultraviolette straling van de zon te absorberen. De vermeden chemicaliën waren in de jaren 80 en 90 verantwoordelijk voor een sterk versnelde afbraak van ozon in deze stratosfeer.

De staat van de ozonlaag buiten de poolgebieden zou tegen het jaar 2048 terug hersteld zijn naar het niveau van voor de jaren 80. Het gat in de ozonlaag boven Antarctica zou echter pas tegen 2073 volledig hersteld zijn.

15 hoornige dinosaurus ontdekt


In het Nationaal Park in het zuiden van de Amerikaanse staat Utah heeft een team wetenschappers fossielen van twee dinosaurussoorten ontdekt, de Utahceratops Gettyi en de Kosmoceratops Richardsoni.

Het is juist die laatste de Kosmoceratops, verwant is met de meer bekende Triceratops, die er nogal vreemd uitziet. Deze dinosaurus zou rond 76 miljoen jaar geleden geleefd hebben in warme en vochtige moerassen. De grootte wordt geschat als ongeveer dat van een nijlpaard. De dinosaurus had echter een heel grote schedel van bijna twee meter lang. Het meest vreemde aan dit dier is dat het 15 hoorns op zijn hoofd heeft: een boven elk oog, een boven de neus, een die uit elk kaakbeen stak en een rij van tien hoornen aan de achterkant van het hoofd.

Eerst werd gedacht dat het de functie had om zich tegen vijanden te verweren. Recentelijk wordt er eerder gedacht aan een seksuele functie, waar de horens zouden dienen voor de strijd voor een vrouwtje, zoals de kleuren van papegaaien, waarbij de mannetjes de vrouwtjes probeerden aan te trekken of andere mannetjes proberen te intimideren.

De andere nieuwe dinosaurus, de Utahceratops gettyi, was beduidend groter, en had drie horens. Alletwee de soorten waren viervoeters en planteneters. En de dinosaurussen zijn tussen de 60 en 95 miljoen jaar geleden uitgestorven.

Atmosfeer Mars in kaart


Deze foto van onze vierde planeet, genomen door de Mars Reconnaissance Orbiter in de buurt van één van de Martiaanse poolgebieden, zorgt er voor dat wetenschappers de verticale bewegingen van waterdamp, temperatuur, stof, stofhozen en ijswolken kunnen bestuderen.

De samenstelling van de dunne atmosfeer is al langer gekend. De druk bedraagt er slechts iets meer dan 6 hPa, daar waar dat op Aarde rond de 1000 hPa draait. Dankzij deze foto heeft men nu ook een duidelijk inzicht in de energiehuishouding in de atmosfeer van Mars, net zoals seizoenen en stormen.

De foto is al begin 2008 genomen, maar is pas recentelijk door het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA vrijgegeven.

Groot zonnestelsel ontdekt


Een onderzoeksteam van astronomen heeft het tot op heden grootste zonnestelsel buiten ons eigen zonnestelsel ontdekt. Minstens vijf, maar wellicht zeven planeten cirkelen rond HD10180, een ster op 127 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Kleine waterslang.

Een van de planeten is mogelijk de lichtste planeet die ooit in een ander zonnestelsel is aangetroffen. De opmerkelijke vondst getuigt dat we eindelijk in een nieuw tijdperk van exo-planeet onderzoeksmethodologie beland zijn. Waar vroeger onderzoek gedaan werd naar een enkele planeet, gaat het onderzoek nu systematisch het hele zonnestelsel in kaart brengen. Dit maakt het onderzoek uiteraard veel ingewikkelder, maar het resultaat is uiteraard meer compleet.

De vijf planeten die zeker om de ster heen draaien zijn ongeveer 13 tot 25 keer zo zwaar als de aarde en bewegen zich in een cirkelvormige baan om de centrale ster.
De grotere van de twee, nog niet bewezen, planeten lijkt sterk op Saturnus. Deze planeet heeft een massa van 65 keer die van de aarde. Een omwenteling rond zijn zon duurt 2200 dagen.
De massa van de kleinste van de twee planeten is bijna anderhalve keer zo groot als die van de aarde. Deze planeet draait zeer dicht rond zijn zon, een omwenteling duurt amper 1,2 aardse dagen.